Skip to content

Inburgeren met de bibliotheek

Door Joppa Wuite

In mijn vorige blog deelde ik iets over het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO). In mijn rol als adviseur basisvaardigheden heb ik de afwisseling van uiteenlopende thema’s. Basisvaardigheden zijn onder andere lezen, rekenen en schrijven, maar ook sociale en juridische vaardigheden en niet te vergeten de digitale! Deze keer wil ik het hebben over inburgering, dat heeft betrekking op alle basisvaardigheden en is momenteel een actueel thema.

Op 1 januari 2022 gaat namelijk de nieuwe Wet inburgering in. Nu ligt de regierol voor de inburgering bij de statushouder zelf, maar in de nieuwe wet verschuift die rol naar de gemeente. Een andere verschuiving is het hoofddoel van de inburgering. Die gaat van het aantonen van een bepaald taalniveau naar het zo goed mogelijk mee kunnen doen (participeren) in de samenleving. Hiervoor is meer maatwerk nodig en daarom gaat de gemeente straks met iedere inburgeraar in gesprek om tot een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) te komen.

Wat doet de bibliotheek nu al op het gebied van inburgering?
Bijvoorbeeld het organiseren van ontmoetingen van inburgeraars met elkaar en met inwoners van de gemeente om met elkaar te leren, te beleven en te delen. Of in groepjes, met hulp van vrijwilligers, te oefenen met de Nederlandse taal. Daarnaast is er in de bibliotheek internet om op zoek te gaan naar informatie, nieuwe vaardigheden te leren of in contact te blijven met vrienden en familie. De bibliotheek kan ook verder helpen op het terrein van de digitale overheid, heeft natuurlijk heel veel boeken en is voor velen vaak een prettige plek om gewoon te zijn.

Blik op de toekomst
Als adviseur basisvaardigheden kreeg ik de vraag van de Friese bibliotheekdirecteuren om met een provinciale werkgroep een advies te formuleren over hoe de bibliotheken hun rol in de nieuwe wet kunnen aanpakken. Op basis van ervaringen en diverse bronnen, gaven we aan wat bibliotheken wel en niet zouden moeten doen en waar ze gaandeweg op moet letten.

Ondertussen ontstond in Friesland een initiatief: diverse organisaties besloten te verkennen om samen te werken aan een integraal aanbod waarin de inburgeraar centraal staat en om te pleiten voor een subsidierelatie met de gemeenten. Deze relatie biedt de mogelijkheid om, onder regie van de Friese gemeenten, flexibel te werken, maatwerk aan te scherpen en te kunnen innoveren. De bibliotheken vroegen mij om vanuit de werkgroep ook aan te sluiten bij deze gesprekken. Zo kon ik bijvoorbeeld het belang van het betrekken van lokale welzijnsorganisaties benadrukken. Zij hebben veel ervaring in ondersteuning van participatie en bibliotheken werken vaak met hen samen.

Op dit moment stellen we met alle betrokken partijen een brief op naar de gemeenten. Daarin vertellen we dat we de handen ineen willen slaan om, als één team, rond de inburgeringsplichtige nieuwkomers te gaan staan om zo de inburgering in Friesland tot een succes te maken. En om te pleiten voor een subsidierelatie die gericht is op continuïteit, kwaliteit en doelgerichtheid van de aanpak waarin participatie de taal versterkt en de taal de participatie.