Skip to content

Janneke Straatsma

40 jaar boeken, bussen en biebavonturen

Het begon allemaal in mei 1985. Ik was nét geslaagd voor de opleiding tot jeugdbibliothecaris aan de BDA in Groningen — jong, enthousiast en klaar om de wereld van boeken te veroveren. Nou ja, de eerste stap was iets minder glamoureus: op 15 november 1985 startte ik bij de Centrale Bibliotheek Dienst (CBD) in het conversieteam. Onze missie? Het digitaliseren van de papieren kaartenbakken van de catalogus. Spannend was anders, maar hé — het was dé manier om binnen te komen. De CBD was destijds hét kloppende hart van het Friese bibliotheekwerk.

Omdat ik niet het type ben dat de hele dag achter kaartenbakken wil zitten, meldde ik me meteen aan als invaller op de bibliobus/trailer. En kijk aan: ik kon gelijk zaterdags aan de slag op de trailer in Wirdum, de plek waar ik als kind zelf nog boeken leende. De cirkel was rond.

Niet lang daarna kwam er een vacature vrij op de jeugdbus, en ik dacht: daar moet ik zijn! In januari 1986 liet ik het conversieteam achter me en werd samen met Uilke Delfstra de vaste bemanning van Bus O. We reden door heel Fryslân, van school naar school, en voorzagen kinderen en leerkrachten van stapels mooie boeken. In de vakanties was het rustiger — dan speelden we fanatiek rummikub in de bus. Totdat er besloten werd dat in vakanties één persoon alleen op pad moest. Dus, hup: groot rijbewijs gehaald in 1997. Want ja, iemand moest die bus de provincie door rijden.

De jeugdbus voelde als mijn tweede thuis. We maakten er een feest van, letterlijk. Van ren-je-rot-spellen op schoolpleinen tot themabussen waarin we verkleed rondreden — alles om het lezen te promoten. Wij waren die mensen in kostuums die kinderen probeerden te overtuigen dat lezen écht leuk is.

Naast de bus viel ik af en toe in bij de Schoolbibliotheekdienst en was ik vanaf 1994 betrokken bij de allereerste editie van de Nationale Voorleeswedstrijd. Eerst als jurylid, later als organisator. Ik heb in de loop der jaren heel wat zenuwachtige jonge voorlezers gezien — en minstens zoveel trotse ouders en leerkrachten.

In 2001 stapte ik over naar de Schoolmediatheekdienst, waar ik als medewerker Educatieve Dienstverlening scholen adviseerde over hun collecties en het toen gloednieuwe systeem Educat-B. En ja, ik had ineens een bureau – mét stoel!

Toen in 2004 de grote reorganisatie kwam en de naam Bibliotheekservice Fryslân werd geboren, kreeg ik de titel domeinspecialist Jeugd & Schoolbibliotheekwerk voor 21 uur én werkte ik nog 9 uur voor Bibliotheekorganisatie Súdwest, later Mar en Fean. Multitasken kon ik toen al prima 😉.

De beginjaren van het Kenniscentrum waren pionierstijd. We bouwden overlegstructuren op, startten een MSN-community (jazeker, in de tijd vóór Teams en WhatsApp!) en deelden kennis alsof het warme broodjes waren.
Door de jaren heen mocht ik aan talloze projecten werken: Leesvirus, Schoolbieb, Movietrader, SchoolWise, De Bibliotheek op School, BoekStart, De Schoolschrijver, Scoor een Boek, Lês & Read, en natuurlijk de Zinspinsel-vertelplaat van Culturele Hoofdstad 2018.

In 2009 werd ik Mediacoach en begeleidde ik de cursus 23 Dingen. Iedereen moest bloggen, RSS’en, taggen en experimenteren met social media. Sommigen kregen er grijze haren van, maar inmiddels kunnen we niet meer zonder.

Vanaf 2017 kwam er weer iets nieuws op mijn pad: ik ging Gertrud ondersteunen bij de projecten Tomke en LêsNo en zei Mar en fean vaarwel. Met veel plezier sloot ik me aan bij de werkgroepen Lês-mar-foar, Masterclass Berneboekewike en LêsNo.

Digitale geletterdheid werd intussen een belangrijk thema. Zo was ik betrokken bij de hilarische maar leerzame De Kleinste Privacy Show— een mix van jaren 70-kwis, minicolleges en bingo, allemaal met het doel om mensen bewuster te maken van hun digitale gedrag. Het publiek kreeg een Data Detox Kit mee naar huis. We hebben half Fryslân doorkruist met dat spektakel.

Naast mijn gewone werk was ik jarenlang actief in de Personeelsvereniging. In de beginjaren (eind 80, begin 90) verkochten we afgeschreven boeken, waarvan we personeelsuitjes betaalden. De opbrengst liep soms op tot wel duizend gulden! Daar konden we héél wat leuke uitjes van organiseren. Ook zet ik mij in voor de Ondernemingsraad, (2007–2010 en opnieuw sinds vorig jaar), want een bibliotheekorganisatie draait niet alleen op boeken, maar ook op betrokken mensen.

In de loop der jaren groeide het Kenniscentrum uit tot het KIC — Kennis- en Innovatiecentrum. De naam zegt het al: steeds professioneler, steeds innovatiever. In 2019 kreeg ik er met Jillian een ‘tandempartner’ bij; zij meer van het beleid, ik meer van de praktijk. Eén wolkje aan de horizon was het nieuwe functiehuis, waarin mijn functie iets lager werd ingeschaald. Daar heb ik me uiteindelijk overheen gezet. Na veertig jaar in het vak weet ik: plezier in je werk, dát is het allerbelangrijkst — en dat heb ik nog steeds.

Inmiddels werk ik alweer 40 jaar bij de bibliotheek — tegenwoordig bij Fers. De organisatie is veranderd, de technologie ook, maar mijn plezier niet. Ik werk met fijne collega’s als Gertrud, Roos, Sanne, Bert en vele anderen, en voel me nog altijd helemaal thuis tussen boeken, ideeën en projecten.

Als nuchtere Friezin is mijn motto: “Komt goed, we pakken het gewoon aan.”